HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Zomertijd (29-03-2026)
In de nacht van zaterdag 28 op zondag 29
maart om
2 uur wordt de
klok
een uur
vooruit
gezet
naar
3 uur en
gaat
de
zomertijd in.
De zomertijd
begint
tegenwoordig
op de laatste zondag van maart en eindigt op de laatste
zondag
van oktober.
Een eenvoudig ezelbruggetje:
in het VOORjaar
gaat de
klok een uur VOORuit).
De zomertijd
begint al sinds
1981 op de laatste
zondag
van maart
en
eindigt
sinds
1996
op
de laatste zondag
van oktober.
In de jaren
1916-1939
begon de
zomertijd
het vroegst
op
26 maart (1922) en
eindigde het laatst
op
8 oktober (1922,
1933
en
1939).
In de jaren
1977-1995
was 25 maart de
vroegste datum
(1984,1990) en
1
oktober (1978) de
laatste
einddatum.
Door de
zomer-
tijd wordt het niet zo
vroeg in
de nacht
licht,
terwijl er
's avonds
een uur langer van
daglicht
kan worden
gepro-
fiteerd.
Zonder zomertijd
zou
het eind juni tegen
half
vier
licht gaan worden
(burgerlijke
schemering)
en
tegen
half
tien's avonds
donker worden.
Dankzij de
zomertijd
ver-
schuift
de
daglichtperiode een
uur.
Het weer stoort zich
uiteraard niet aan de
klok, zodat
ook
de
gemiddelde
dagelijkse gang van weersverschijnselen
1 uur
opschuift.
Door de zomertijd
valt het
warmste
moment
gemiddeld
ongeveer tussen
3
en 5 uur in de
middag.
De laagste
temperatuur van het
etmaal wordt
door de
zomertjd ook
later
bereikt.
De dag
begint in het
algemeen
wat
frisser
met
een
grote
kans
op
ochtendmist.
In Nederland is
de
zomertijd
in
1977,
vanwege de
oliecrisis,
opnieuw
inge-
voerd.
Ook van
1916-1945
was
de
zomertijd van
kracht.
Uitvinder is
de Engelse
aannemer
William Willett in 1907.
Tot begin de
20e eeuw had vrijwel elke plaats in ons
land
zijn eigen tijd,
omdat voor
de tijdbepaling
werd
uit-
gegaan
van de hoogste stand van de
zon.
Omdat de
zon
in het
oosten opkomt en in
het
westen
ondergaat
werd
de
hoogste
zonnestand in het
oosten
van ons land
een
kwartier eerder
bereikt
dan in
het westen.
De komst van
de
spoorwegen
maakte invoering
van
een
landelijke
standaardtijd
noodzakelijk.
Van 1909 tot
16 mei 1940
kende
Nederland
de Amsterdamse
tijd.
Die liep 20 min.
voor op de
West-Europese tijd
(Greenwich Mean
Time)
en
40 minuten
achter
op de
Midden-Europese
Tijd. Dus
12:00 uur in
Nederland was
11:40 in Londen en
12:40
in
Berlijn.
Overgang naar de
huidige
Midden-Europese
Tijd
vond
plaats op
16 mei 1940. Op bevel van de
Duitse
be-
zetters
werd
de klok
toen
1 uur en
40 minuten vooruit
gezet.
Die zomertijd duurde
ook
gedurende de
winters
van
1941
en 1942.
Pas in november 1942 werd de
klok
weer een
uur
teruggezet.
In de jaren 1943-1945
gold
alleen
's zomers de
zomertijd, maar in 1946
werd
deze
voor
een
periode van
ruim 30
jaar geheel
afgeschaft.
Voor de
huidige
tijdrekening
is de aarde verdeeld in
24 zones, waarin een standaardtijd
geldt.
Als maatstaf
(universele tijd)
wordt
de
tijd van
Greenwich in
Engeland
genomen.
Nederland en
het
grootste
deel
van Europa
liggen
in de
zone ten
oosten
daarvan,
waarin het een
uur
later is dan in
Greenwich.
De tijd wordt de
Midden-
Europese
Tijd
genoemd (MET)
in de zomer de
Midden-
Europese zomertijd (MEZT).
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard