HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Meteorologische
lente
Met het begin van de maand maart staat voor de
weerkundigen de
lente op
de kalender.
Voor de sterren-
kundigen, die uitgaan van de
stand van de aarde
ten
opzichte van de zon laat het
voorjaar nog
tot
20 maart op
zich wachten.
In de natuur zien we de lente door het
nu
wat zachtere
weer inmiddels iets
ontwaken. In 2011 was
de
lente er
vroeg bij, zo'n 15 tot 20 dagen
eerder
dan
normaal, in 2008 kwamen
sommige voorjaarsbloeiers
zelfs nog
ruim drie
weken eerder in
bloei.
Voor de lente-
verwachtingen is door de Natuurkalender
in
Wageningen
een
model ontwikkeld voor
planten en
vlinders.
Daarmee
wordt
berekend wanneer de eerste waarnemingen van
bloei en
bladontplooiing
worden
verwacht en wanneer
bepaalde
vlinders gaan vliegen.
De verwachtingen
zijn
gebaseerd op
tienduizenden
historische waarnemingen
met gegevens van het
KNMI en berekeningen
van
het
weer en verwachtingen.
Door de
opwarming van de
laatste decennia is de lente in de natuur
de
laatste
jaren
vaak vroeg begonnen.
De gemiddelde bloeidatum is
in
de laatste jaren
zo'n drie tot
vier weken
vervroegd ten
opzichte
van de periode
vóór 1988.
In het warmere
klimaat blijft de
vertrouwde grilligheid van het weer
echter
behouden. Soms kan het
dus ook
weer koud zijn en kan
het voorjaarsachtige
weer binnen
een paar dagen
plaats-
maken voor een nasleep
van de
winter.
Koude extremen
zoals in eind februari en maart van 2018
worden
wel
minder
in aantal en
duren
minder lang maar de grotere
zeldzaamheid maakt ze des
te opvallender.
Uit historische gegevens blijkt
dat de
lente in lang
vervlogen tijden
soms heel
laat was. Zeker in de
Kleine
IJstijd,
die zijn hoogtepunt
bereikte in
de
zestiende
en
zeventiende eeuw. Legendarisch was
de voorjaarskou in
1667
toen de
koudegolf tot midden
april
aanhield en het
weer in mei aan Kerstmis
deed
denken.
In de tweede
helft
van maart 1667 lag er nog
zoveel ijs
dat men met
paarden de Zaan
op ging. Eind maart lag de Zuiderzee
nog
dicht.
In Duitsland
vriezen de
Elbe, Weser en andere
rivieren
in maart
weer dicht en er valt volop
sneeuw bij
harde wind. Ook in 1670
stonden
onze
voorouders begin
april nog
op de schaats. Half april
had het
scheepvaart-
verkeer nog last van het ijs.
Uniek was ook de
extreem
koude lente van 1740, die volgde op een van de
ijzigste
winters ooit.
De trekvaart
tussen
Haarlem en Leiden lag
80 dagen
stil
door het ijs. Op 13 maart
1740 reed men
nog met wagens en
sleden over de
Zuiderzee, het ijs
heeft een dikte van naar schatting
50
tot 60 cm.
De temperatuur kwam
in maart
nauwelijks boven de
5 graden en zelfs in mei
sneeuwde het nog.
Opmerkelijk
was ook
de late
winter in
maart 1845,
met
gemiddeld
-2.3 graden de
koudste
voorjaarsmaand in
de
geschiedenis.
Halverwege de
maand vroor het nog
meer
dan 20 graden
en eind maart
1845
waren de
rivieren in
ons land nog bevroren.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard