HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Stormvloed
aan warmterecords
Uitzonderlijk warm, de
warmste in drie eeuwen,
een nieuw
warmterecord en
noem maar
op.
Records
komen
vaker voor, maar de warmterecords
stapelen
zich de laatste tijd op.
Aan de hand
van
statistieken is
na te gaan hoe
zeldzaam
bepaalde
extremen zijn en
hoe bijzonder
het is als het
weer een
tijd
met de
klimatologische grenzen
flirt.
Door de
opwarming is een
extreem
warme maand, seizoen of
jaar vandaag de
dag een
stuk minder
uitzonderlijk
dan
zo'n 20 tot 30 jaar
geleden.
De kans op een gebeurtenis
wordt met een
herhalingstijd aangeduid, meestal in jaren.
Een herhalingstijd van
100 jaar
betekent niet dat het zo
lang
duurt voor het weer gebeurt, het kan ook
binnen
een
paar
jaar voorkomen.
De herhalingstijd zegt iets
over de
kans: eens in de 100 jaar is een
kans
van
1 %.
In het warmere klimaat zijn de herhalingstijden
van
warmte-extremen een
stuk
kleiner
geworden, voor
seizoensgemiddelden ongeveer een factor 10 kleiner.
Een extreem warm
seizoen dat
vroeger eens in
de
100 jaar voorkwam, heeft tegenwoordig
al gauw een
herhalingstijd van
eens in de 10 jaar.
Uitzonderlijk
warm
is dus minder
uitzonderlijk geworden. Het aantal
warmterecords
is de laatste
tijd
opvallend
groot.
Zowel
juli als
september 2006 alsmede de herfst van dat jaar,
het
heel
jaar
2006,
januari en
de winter 2007 en
ook
april 2007
waren
veruit de warmste
in drie eeuwen.
De zomer van 2006 was de op twee na warmste ooit,
oktober
en november
waren beide
de warmste
in zeker
honderd jaar. December 2006
was de op
drie na
warmste ooit.
Bovendien zijn herhaaldelijk
tempera-
turen
gemeten die
nooit eerder in ons land zijn bereikt.
De hoge temperaturen hingen
samen met de bijna
continue aanvoer van warmte door overheersend
zuidelijke
winden, de naweeën
van de hete zomer
waardoor het zeewater
nog warm was, en de wereld-
wijde
opwarming door het versterkte broeikaseffect.
Dat effect
hangt vrijwel zeker samen met
de toenemen-
de concentratie
aan
broeikasgassen.
De bijdrage van
et broeikas
effect schat het KNMI op
ongeveer 1 graad
ten opzichte
van
het tijdvak
1961-1990. Er zijn geen
aanwijzingen
dat
de overheersend zuidelijke
winden
verband
houden met
de
klimaatverandering.
Alle seizoenen zijn
vooral de
laatste decennia warmer
geworden,
maar gek genoeg
was de
temperatuur-
stijging in de herfst tot de millenniumwisseling minder
dan in de
andere jaargetijden.
Sinds het jaar
2000 is
ook de
herfst
duidelijk warmer
geworden
en gemiddeld
over de
laatste 5 jaar is
de
herfst in De Bilt uitgekomen
op
11.2 graden. Van alle
winters sinds 2000
staan er
nu
zeker drie in de top
tien.
De oorzaak van het grote
aantal
records is
onduidelijk
en
onderwerp
van studie.
KNMI /
Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard