De kans
op een periode die koud genoeg is voor een
Elfstedentocht is
nu
ongeveer
eens in de twaalf jaar.
Een eeuw geleden was
dat nog eens
in
de 5 jaar.
Dit blijkt uit
onderzoek van KNMI en Planbureau voor
de
Leefomgeving (PBL).
Als we de
opwarming van de
aarde
tot 2ºC beperken,
blijft de kans hangen op
ongeveer eens
in
de 20 jaar. Echter, als de aarde
verder
opwarmt neemt
de kans
op Elfstedentochten
af
tot rond de 1 op
100 jaar
in 2050 en nog
minder daarna.
Rekenen met koude dagen
Iedere
winter hoopt Nederland op een
Elfstedentocht.
Een Elfstedentocht
vereist
een
lange strenge vorst-
periode.
De criteria voor
het organiseren van
een
Elfstedentocht
zijn aan verandering onderhevig.
De eerste
paar tochten
konden
op dunner ijs
verreden
worden omdat er nog niet
zoveel
mensen
meededen.
Vijfenveertig jaar geleden
werd
de tocht pas georgani-
seerd als er
15 centimeter ijs lag
en
dan waren er nog
drie dagen nodig voor de
organisatie
van de
tocht.
Als de temperatuur 15 dagen lang laag genoeg
is, kan de
tocht
meestal
georganiseerd worden
Tegenwoordig is dat aantal dagen
teruggebracht tot
twee
en wordt met een
ijsgroeimodel in combinatie
met de
weersverwachting ingeschat hoe dik het
ijs
dan
zal zijn.
Daarom rekenen we niet met de
Elfsteden-
tochten zelf,
maar
met de
koude
die daarvoor nodig is.
Het blijkt dat
als de
temperatuur vijftien
dagen lang
laag
genoeg is,
de tocht meestal georganiseerd
kan worden.
De drempel
komt
overeen
met een temperatuur in
De Bilt onder de
−4.2
ºC.
Dan nog kan het
misgaan:
in
2012 was het koud
genoeg maar bleef het ijs
te dun
door
sneeuwval
op een
ongelukkig moment.
Acht procent kans op een Elfstedentocht
Het is
lastig de trend in winterextremen te
bepalen,
omdat
er grote
verschillen zijn
tussen strenge en zachte
winters.
Toch is er
een trend naar
hogere temperaturen
waarneembaar (zie figuur 1). De koude
winters
(blauwe
uitschieters
naar beneden)
worden minder koud.
De trend is veel
kleiner
dan de variaties van jaar op jaar:
het
verschil tussen
2012 (−5.8 ºC)
en 2014
(+3.7 ºC) is
veel groter dan de
langzame
gemiddelde opwarming
van 1.5 tot 2.0 graden.
De trend kan dus alleen met
geavanceerde
wiskundige
methodes bepaald
worden en is zelfs dan nog onzeker.
Dit betekent niet dat er
telkens 12 jaar tussen zit maar dat de
kans
elk jaar 1 op 12 is
Hier
komt uit dat in 2024 er ongeveer 8 procent
kans is
op
een
Elfstedentocht
(met een onzekerheidsmarge van
5 %
tot
19 %).
Dit wordt ook wel
aangeduid met eens in
de
12 jaar. Dat
betekent niet dat
er telkens 12 jaar
tussen
zit
maar dat de kans elk jaar 1 op 12 is.
Aan het
begin van de
twintigste eeuw was
dit nog ongeveer
20 %,
dus 1 op 5
jaar.
Toekomst
We
hebben deze berekeningen ook uitgevoerd voor
de
vier
KNMI' 23 klimaatscenario's.
In elk scenario neemt
de
kans verder af
omdat
Nederland
opwarmt. Hoeveel
hangt
af van twee factoren:
hoeveel de
wereld verder
opwarmt
(de Gematigde en Warme scenario's) en of
het
gemiddelde winterweer meer
door
westenwind
ge-
domineerd wordt
(Laag of
Hoog). Als we het Parijse
doel
van
maximaal 2ºC opwarming
ten opzichte van pre-
industrieel halen, blijft de kans op een
Elfstedentocht
on-
geveer 5
%, afhankelijk van de verandering
in
overheer-
sende
windrichting. Laten we de
aarde echter
tot
2085
opwarmen
tot
3.5 ºC
boven het gemiddelde
van
1981-
2010,
zoals in de warme scenario's,
dan is
de
kans na
2050
verwaarloosbaar en
kunnen we in totaal
niet meer
dan
nog één
à twee tochten verwachten.
(Klik
eventueel op figuur 1 of foto)