HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Vorst
In de Weerkunde is sprake van
vorst als de temperatuur
op een
hoogte
van anderhalve meter boven
de grond
onder
het vriespunt komt.
Daalt de
temperatuur
alleen op
10 centimeter hoogte onder het
vriespunt dan
wordt
dat
vorst aan de grond
genoemd. Vroeger werd gesproken
van nachtvorst.
Vooral onder een heldere hemel kan
de
temperatuur door
uitstraling sterk
dalen.
Verspreid over
het
land kan dat grote verschillen in temperatuur
opleveren.
Heel lokaal
kan de afkoeling groter zijn dan
op
anders plaatsen
in de
buurt.
Als er
sneeuw ligt is de
uitstraling nog groter en zal het onder
een
onbewolkte
hemel
meestal nog sterker afkoelen.
Dat komt omdat
sneeuw en vooral verse
sneeuw
veel lucht bevat dat sterk
isoleert.
Daardoor kan het verschil in
temperatuur
tussen
het bovenste
laagje
en
de
onderste sneeuw heel groot
worden. De bovenste centimeters zijn het
koudst,
dieper
in de
sneeuw loopt de
temperatuur op tot nul bij de aarde.
Onderscheid wordt gemaakt tussen
lichte
vorst
(-0.1 /
-5.0 graden),
matige vorst (-5.1 / -10.0 graden),
strenge
vorst
(-10.1 / -15.0 graden)
en
zeer
strenge
vorst
(-15.1 graden of lager).
Een dag waarop het vriest (minimumtemperatuur onder
nul)
wordt een
vorstdag
genoemd.
Blijft de temperatuur
het hele etmaal onder nul en
ligt
ook de maximum-
temperatuur onder het
vriespunt dan is dat een
ijsdag.
In een
normale meteorologische winter (over de
maanden
december,
januari
en
februari) loopt het aantal
vorstdagen
uiteen van
20 in Vlissingen
tot 42 in Eelde.
In De Bilt telt
een
doorsneewinter 38
vorstdagen, elf
dagen met matige
vorst en
zeven ijsdagen.
Het aantal dagen met de hele
dag vorst varieert landelijk vijf ijsdagen in Vlissingen tot
elf ijsdagen
in
Eelde. In strenge
winters blijft het soms
weken
achtereen zonder
onderbreking vriezen.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard