HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Kou in april
Normaal bedraagt de
gemiddelde temperatuur over
april 9.7 graden.
In de volksmond staat april
bekend
om
zijn grillige weer: april doet wat
hij wil.
Het gebeurt
vaak
dat de eerste
warme
voorjaarsperiode wordt
gevolgd
door
een serie koude dagen. Zo'n
koude voor-
jaarsperiode kan
een
paar weken
aanhouden. Zoals in
1970
toen de etmaaltemperatuur gemiddeld
over de
eerste
tien
dagen van april
maar twee graden bedroeg.
Tijdens buien met
hagel
of
sneeuw
daalt
de temperatuur
ook overdag nog tot
dichtbij
het vriespunt. In
de eerste
helft van april zijn
in de afgelopen
ruim honderd
jaar in
ons
land
middagtemperaturen gemeten
van amper
2 graden.
Aan het
einde van
de maand kan
de
tempera-
tuur
onder
extreme omstandigheden de hele dag
onder
de
5 graden
blijven. Normaal loopt de middagtempera-
tuur
in het
binnenland op van
ongeveer 11 graden
in
het
begin van
de
maand tot
ongeveer
15 graden eind april.
Aan de kust
is
het onder
invloed
van het
koude zee-
water
gewoonlijk
een paar
graden
kouder.
's Nachts is
lichte vorst
zeker
landinwaarts heel gewoon.
Normaal
telt april in het binnenland zes
vorstdagen,
maar soms
komt de
temperatuur nog
op
15 dagen
onder nul.
Onder extreme
omstandigheden
kan
het nog
matig
vriezen.
Zo zijn in de
eerste drie dagen
van april 1996
op
de
vliegbasis Twenthe
temperaturen
gemeten
tussen
-5 en -9 graden.
Op
12 april 1986
werd
in
Deelen het
aprilrecord van
-9.4 graden
gemeten,
op
21 april 1991 noteerde
Heino
-7.9 graden, 8 en
9 april 2003 registreerde
Twenthe -7.9
en -7.2 graden.
Vlak boven de grond vriest het in de regel nog enkele
graden meer.
Zo werd op 14 april 2011 op
10 cm.
hoogte
in Soesterberg zelfs
-11.4 graden gemeten.
Vorst aan de
grond
(op 10 cm.
hoogte) wordt
in
april
gewoonlijk
op
ongeveer 11 dagen waargenomen, maar
in een zeer
koude
april
kan er in het
binnenland op
20
tot 25 dagen
vorst aan
de grond
voorkomen.
In
de
koude
lucht die uit
de poolstreken
wordt
gevoerd, is het
vooral
tijdens buien
guur
weer.
Hagel, sneeuw en
onweer
zijn
dan geen
uitzondering.
Na de winterse
buien kan
het
door
neerslag
en bevriezing
plotseling
glad
worden.
Flinke sneeuwbuien
laten
ook
in
april nog
wel eens
een
paar centimeter
sneeuw achter.
Op 11 april 1978
verdwenen de
bloeiende
gewassen
in het
westen en
noorden
van ons land onder
een
voor
april
unieke
sneeuwlaag van 10 tot
20 cm. dikte.
De dag daarop lag
er nog veel
sneeuw en
12 april is
dan
ook de laatste
datum in het seizoen
waar op er
nog
in
een
groot deel
van
het land
sneeuw lag.
Sneeuw in
april
lag er
in ons
land ook op uitgebreide
schaal (meer
dan honderd neerslag-stations) op
3 april 1968 en op
2 en 8 april 1970.
KNMI /
Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard