HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Weer op de kaart
De weerkaart is misschien wel het meest karakteristieke
product
van de
weerkundigen.
Na anderhalve eeuw is de
weerkaart nog
altijd
een ideaal
middel om het weer te
beschrijven.
De geschiedenis van
de Nederlandse
weer-
kaart begint met de
weerkundige Buys Ballot.
In 1852
maakte hij de
eerste schetsen.
Uit de weinige gegevens
was
hij in
staat zijn beroemde wet
te formuleren: staande
met de rug naar de wind, bevindt het lagedrukgebied
zich
op het noordelijk
halfrond
links van de
waarnemer en
het
hogedrukgebied
rechts. Buys Ballot
was er vroeg bij
maar niet de eerste die weerkaarten
maakte.
In 1668
publiceerde de
Engelse sterrenkundige Edmund
Halley
een
kaart met
windgegevens.
De
eerste uitge-
breide
weerkaarten uit
de
tweede
helft
van de 19e eeuw
waren
van de
Duitser
Heinrich W Brandes. Hij verwerkte
metingen
van de
Societas
Meteorologica
Palatina,
een
van de
eerste weerorganisaties van de Duitse
keurvorst
Karl
Theodor.
Wat op een
weerkaart het
meest in het
oog
springt
zijn de
hoge- en
lagedrukgebieden
met de
isobaren.
Dat zijn
lijnen
rond die druksystemen die plaat-
sen met elkaar verbinden waar de luchtdruk hetzelfde is.
Naast
isobaren
zijn er ook
isothermen,
lijnen
die
plaatsen
met dezelfde
temperatuur verbinden,
een
vondst uit
1817
van de
beroemde
geograaf
Alexander
von Humboldt.
In de loop van de 19e eeuw verschenen de eerste weer-
kaarten
met isobaren
en isothermen.
Buys Ballot begon
er toen ook in
ons
land mee maar pas in
de jaren tachtig
kwamen de dagelijks
weerkaarten voor een breed
publiek
beschikbaar. Frankrijk was
eerder:
het Franse
publiek
kon zich
al in
1863
abonneren op
dagelijkse
weerkaartjes.
Buys Ballot ondervond in ons land weerstand van
sceptici
die niet geloofden in het wetenschappelijke weerbericht
en
meer vertrouwen hadden in de
volksweerkunde. Ondanks
de geringe publieke belangstelling is het KNMI
in 1881
begonnen met dagelijkse weerkaartjes. De eerste ver-
schenen bij het toenmalig filiaal in Amsterdam. Het Stads-
waterkantoor verspreidde
de kaartjes en
verschillende
opticiens
hingen ze in
de
etalage.
In de loop
van de 20e
eeuw ging de weerkaart steeds meer bieden. Een door-
braak in 1939 was de ontdekking van fronten, die de voor-
ste begrenzing van een andere luchtsoort bijvoorbeeld
kouder of warmer. Na de oorlog werden de dagelijkse
weerkaartjes
uitgebreid met waarnemingen van de weer-
ballon die metingen doet tot enkele tientallen kilometers
hoogte. Sinds 1983
worden de kaartjes getekend
door
computers. Tegenwoordig zijn de computerkaarten
met
weersverwachtingen
tot zelfs
15 dagen
vooruit
niet
meer
weg te
denken uit de meteorologie.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard